Le Souterrain Fantôme

Accueil » Découvrir Le Quesnoy » Le Parcours remparts » Le Souterrain Fantôme

 

Ce souterrain long de 240 mètres, situé dans la contre-garde du Bastion du Gard, est en réalité une galerie de contremine. Une contremine est une galerie creusée soit lors de la construction du rempart, comme ici, soit en temps de siège, à la base d’un mur, afin de détecter et contrer les travaux de sape ennemis. En cas d’attaque frontale ratée, l’assaillant pouvait tenter de passer sous les murs pour surprendre les défenseurs.

Pour repérer ces percées souterraines, les défenseurs plaçaient des récipients d’eau, qui tremblaient sous l’e ̄et du creusement, ou glissaient dans le mur une fine lamelle métallique tenue par les dents. Ses vibrations signalaient la présence de sapeurs ennemis. Le sol de la galerie était autrefois plus bas.

On lui attribue aujourd’hui le surnom de « souterrain fantôme ».

 

This 240-metre-long underground passage, located in the counterguard of the Gard Bastion, is in fact a countermine gallery.

A countermine is a tunnel dug either during the construction of the rampart, as here, or during a siege at the base of a wall, in order to detect and counter enemy mining operations. In the event of a failed frontal assault, attackers could attempt to pass beneath the walls to surprise the defenders.

To detect these underground breaches, defenders placed containers of water that trembled from the vibrations caused by digging, or inserted a thin metal strip into the wall and held it between their teeth. Its vibrations signalled the presence of enemy sappers.The floor of the gallery was once lower than it is today.

Today, it is nicknamed the “Ghost Tunnel”.

 

Deze ondergrondse gang van 240 meter lang, gelegen in de contregarde van het Bastion du Gard, is in werkelijkheid een contramijngalerij.

Een contramijn is een gang die werd uitgegraven tijdens de bouw van de vestingmuur, zoals hier, of tijdens een belegering aan de voet van een muur, om vijandelijke ondermijningswerken op te sporen en tegen te gaan. Wanneer een frontale aanval mislukte, konden aanvallers proberen onder de muren door te graven om de verdedigers te verrassen.

Om deze ondergrondse doorgangen op te sporen, plaatsten de verdedigers bakken met water die begonnen te trillen door de graafwerken, of schoven ze een dun metalen plaatje in de muur dat tussen de tanden werd gehouden. De trillingen daarvan wezen op de aanwezigheid van vijandelijke geniesoldaten.De vloer van de galerij lag vroeger lager dan vandaag.

Tegenwoordig draagt ze de bijnaam “de spooktunnel”.

Rechercher sur le site

Le Quesnoy l’appli

GRATUIT
VOIR