Situés au pied du Bastion Vert,ces bassins faisaient partie intégrante du système défensif de la ville. À la fin du XVIle siècle. Vauban transforma les remparts en un octogone régulier, doté de fossés inondables et de douze ouvrages militaires. Ce dispositif hydraulique reposait sur un réseau d’étangs-réservoirs et de bassins de régulation, alimentés par les eaux de la zone, dont l’étang du Pont-Rouge. pour protéger la ville et ralentir les assaillants. Au XIXe siècle, Séré de Rivières modernisa la place forte. Il aménagea notamment des bassins permettant certaines sorties de l’enceinte sans nécessiter de protection militaire.
Après le déclassement de la place en 1867, le lavoir maçonné, son abreuvoir et les bassins attenants ont eu des usages variés: à l’origine, les deux premiers bassins formaient un seul espace de baignade pour la troupe. Les autres bassins servaient au lavage des peaux issues des tanneries quercitaines. qui fabriquaient notamment des colliers et des rênes pour chevaux
Located at the foot of the Green Bastion, these basins formed an integral part of the town’s defensive system. At the end of the 17th century, Sébastien Le Prestre de Vauban transformed the ramparts into a regular octagon, equipped with floodable moats and twelve military works. This hydraulic system relied on a network of reservoir ponds and regulating basins fed by local waters, including the Pont-Rouge pond, in order to protect the town and slow down attackers.
In the 19th century, Raymond Adolphe Séré de Rivières modernised the stronghold. In particular, he created basins that allowed certain exits from the enceinte without requiring military protection
After the decommissioning of the fortress in 1867, the masonry washhouse, its drinking trough, and the adjoining basins were put to various uses. Originally, the first two basins formed a single bathing area for the troops. The other basins were used for washing hides from the tanneries of Le Quesnoy, which notably produced horse collars and reins.
Deze bekkens, gelegen aan de voet van het Groene Bastion, maakten integraal deel uit van het verdedigingssysteem van de stad. Aan het einde van de 17e eeuw veranderde Sébastien Le Prestre de Vauban de vestingmuren in een regelmatige achthoek met onder water te zetten grachten en twaalf militaire buitenwerken. Dit hydraulische systeem steunde op een netwerk van reservoirvijvers en regelbekkens, gevoed door het water uit de omgeving, waaronder de vijver van Pont-Rouge, om de stad te beschermen en aanvallers te vertragen.
In de 19e eeuw moderniseerde Raymond Adolphe Séré de Rivières de vesting. Hij legde onder meer bekkens aan waardoor bepaalde uitgangen van de omwalling gebruikt konden worden zonder militaire bescherming.
Na de opheffing van de vestingstatus in 1867 kregen de gemetselde wasplaats, de drinkbak en de aangrenzende bekkens verschillende functies. Oorspronkelijk vormden de eerste twee bekkens één enkele badplaats voor de troepen. De andere bekkens werden gebruikt voor het wassen van huiden afkomstig van de leerlooierijen van Le Quesnoy, waar onder meer paardenhalsters en teugels werden vervaardigd.